Het onderzoek en het onderzoeksverslag

Als de Ondernemingskamer een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij de onderneming beveelt, benoemt zij daarnaast één of meer onderzoekers. Die hebben als taak het feitelijke onderzoek te verrichten, dat meestal betrekking heeft op een bepaald onderdeel van de onderneming en het beleid, gedurende een bepaalde periode. Gedurende het onderzoek blijven de onmiddellijke voorzieningen van kracht. Zolang als de enquêteprocedure loopt kan zelfs worden verzocht die onmiddellijke voorzieningen uit te breiden.

De exacte taken en werkwijze van de onderzoekers zijn in de wet nauwelijks geregeld. Het hangt van de onderzoekers zelf en van de casus af hoe zijn hun taak precies uitvoeren. In ieder geval hebben de onderzoekers het recht de volledige administratie en alle stukken bij de onderneming in te zien. Daarnaast zijn de bestuurders, commissarissen en werknemers van de onderneming verplicht alle informatie aan de onderzoekers te verstrekken waar zij om vragen. Als het nodig is, kunnen de onderzoekers de Ondernemingskamer vragen om getuigen te horen.

Het verdient aanbeveling om te anticiperen op de komst van de onderzoekers, zodat de onderzoeksfase zo vlot en efficiënt mogelijk verloopt. Zorg en bijvoorbeeld voor dat de administratie op orde is, dat de voor onderzoekers van belang zijnde stukken gereed liggen, instrueer de bestuurders, eventuele commissarissen en relevante werknemers vooraf, en bespreek met de onderzoekers van tevoren hoe het onderzoek in de praktijk gaat worden uitgevoerd. Door dergelijke maatregelen te nemen wordt de belasting van de onderneming en het bestuur door het onderzoek zo veel mogelijk gereguleerd en beperkt.

De uitkomsten van het onderzoek worden door de onderzoekers in een onderzoeksverslag vastgelegd en bij de Ondernemingskamer neergelegd. In de regel ligt het daar ter inzage voor alle belanghebbenden (dat zijn meestal de procespartijen).

In de wet is eveneens nauwelijks geregeld hoe het onderzoeksverslag er uit moet zien. Wel is wettelijk bepaald dat het onderzoeksverslag ‘met redenen omkleed’ moet zijn. Daarnaast is bepaald dat het onderzoeksverslag door de onderzoeker of onderzoekers moet zijn ondertekend. Mocht een handtekening ontbreken, dan moet daarvan in het onderzoeksverslag melding worden gemaakt.

Vóórdat de onderzoekers het onderzoeksverslag definitief maken en bij de Ondernemingskamer neerleggen, zullen de onderneming en degenen die om de enquête gevraagd hebben, in de gelegenheid worden gesteld op het concept van het onderzoeksverslag te reageren. Het is van groot belang van deze (enige) mogelijkheid gebruik te maken, mede om te voorkomen dat het onderzoeksverslag in een later stadium ten onrechte wordt gebruik als opstap naar een persoonlijke aansprakelijkstelling van bestuurders of commissarissen.

Anderen dan de onderzochte ondernemingen mogen geen informatie uit het onderzoeksverslag mededelen aan derde, tenzij het onderzoeksverslag voor een ieder ter inzage ligt (wat niet gebruikelijk is) of tenzij de Ondernemingskamer daarvoor toestemming heeft gegeven. Dit verbod geldt niet voor een vereniging van werknemers, die informatie uit het onderzoeksverslag mag verstrekken aan de ondernemingsraad van de onderzochte onderneming.