Voorzieningen ná vaststelling wanbeleid

Indien uit het onderzoeksverslag blijkt dat er sprake is geweest van wanbeleid bij de onderneming, kan de Ondernemingskamer – op verzoek van degene(n) die om vaststelling van wanbeleid gevraagd hebben – een aantal in de wet genoemde voorzieningen treffen. De Ondernemingskamer zal die voorzieningen treffen die zij op grond van het onderzoeksverslag geboden acht, en hoeft zich dus niet per definitie te beperken door eventueel door de verzoeksters gevraagde voorzieningen.

Het doel van te treffen voorzieningen is het beëindigen van eventueel voortdurend wanbeleid en het zoveel als mogelijk beperken van de gevolgen van het wanbeleid. Daarbij staat het belang van de onderneming voorop. De voorzieningen zijn niet bedoeld om eventuele verantwoordelijken te straffen.

Deze voorzieningen na wanbeleid moeten worden onderscheiden van de onmiddellijke voorzieningen die de Ondernemingskamer bij de eventuele toewijzing van het enquêteverzoek kan treffen. Die onmiddellijke voorzieningen zijn slechts van kracht voor de duur van de enquêteprocedure; de voorzieningen na vastgesteld wanbeleid zijn ook van kracht ná afloop van de enquêteprocedure.

De voorzieningen na vastgesteld wanbeleid hebben een definitief of een tijdelijk karakter.

De definitieve voorzieningen zijn:

  • de vernietiging van een besluit (zoals een bestuursbesluit of een aandeelhoudersbesluit);
  • het ontslag van een bestuurder of commissaris; en
  • de ontbinding van de rechtspersoon;

De Ondernemingskamer bepaalt de werkingsduur van de tijdelijke voorzieningen. De tijdelijke voorzieningen zijn:

  • schorsing van een besluit;
  • schorsing van een bestuurder of commissaris;
  • tijdelijke benoeming van een bestuurder of commissaris;
  • tijdelijke wijziging van een statutaire bepalingen van de onderneming; en
  • tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer.

Soms willen de oorspronkelijk verzoekers van de enquêteprocedure individuen aansprakelijk stellen voor geconstateerd wanbeleid. Hiervoor biedt de enquêteprocedure echter geen ruimte. De Ondernemingskamer stelt zich daarom in de regel terughoudend op bij het aanwijzen van eventuele verantwoordelijken voor wanbeleid. Indien de oorspronkelijke verzoekers individuen persoonlijk aansprakelijk willen stellen, hebben zij de mogelijkheid dat in een nieuwe aansprakelijkheidsprocedure te doen, waarbij het onderzoeksverslag als basis kan fungeren.