Wanbeleid bij failliet zorgconcern Meavita (OK 2 november 2015)

      Reacties uitgeschakeld voor Wanbeleid bij failliet zorgconcern Meavita (OK 2 november 2015)

In deze uitspraak van 2 november 2015 wordt door de Ondernemingskamer vastgesteld dat er bij het inmiddels failliete zorgconcern Meavita wanbeleid heeft plaatsgevonden.

Casus:

Zorgconcern Meavita is in januari 2007 ontstaan door een fusie van vier borginstellingen in verschillende delen van het land. Met een omzet van meer dan een half miljard euro, 20.000 werknemers en 100.000 klanten was Meavita één van de grootste borgconcerns van het land.

Twee jaar na de fusie failleerde het concern al, als gevolg van onder andere een mislukte investering. Miljoenen aan overheidssteun mochten niet baten.

Enquetegerechtigde AbvaKabo FNV meende dat het faillissement niet aan externe omstandigheden te wijten was, maar was veroorzaakt door personen in de top van Meavita. AbvaKabo FNV wilde deze volgens hen verantwoordelijke personen uiteindelijk aanspreken voor de schade die was geleden door haar leden (werknemers van Meavita). AbvaKabo FNV verzocht de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam daarom een onderzoek in te stellen naar de gang van zaken en het beleid bij Meavita. De Ondernemingskamer wees dat verzoek vervolgens op 30 mei 2015 toe, en beval dus een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij diverse rechtspersonen die tot het Meavita-concern behoorden. Het onderzoek mocht in beginsel ten hoogste EUR 500.000 kosten; uiteindelijk werd dit EUR 1.000.000. De door de Ondernemingskamer benoemde onderzoekers hebben hun bevindingen vastgelegd in een onderzoeksverslag.

Uitspraak:

In haar uitspraak van 2 november 2015 velt de Ondernemingskamer een hard oordeel over het gevoerde beleid binnen het Meavita-concern. Zij overweegt onder meer dat de fusiepartners onvoldoende aandacht besteed hebben aan de voorbereiding en de uitvoering van de fusie, omdat:

  • een duidelijke taakstelling voor bestuur en raad van commissarissen ontbrak;
  • de financiën en risico’s onvoldoende in kaart waren gebracht;
  • profielen voor de aan te stellen leden van het bestuur ontbraken;
  • de leden van het bestuur na hebben gelaten het functioneren van de leden van het bestuur te beoordelen in het kader van functionerings- en beoordelingsgesprekken;
  • twee individuele leden van de raad van commissarissen hebben hun medecommissarissen belangrijke signalen over het functioneren van een bestuurder onthouden.

De Ondernemingskamer constateert daarom wanbeleid: het Meavita-concern daardoor heeft gehandeld respectievelijk nagelaten in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap.

Daarnaast veroordeelt de ondernemingskamer de individuen die verantwoordelijk zijn geweest voor het vastgestelde wanbeleid tot vergoeding van de kosten van het onderzoek (in totaal EUR 100.000). De verantwoordelijke individuen moeten tussen de EUR 8.000 en EUR 155.000 betalen.